De weg

Wat de Weg betreft, de Weg waarover gesproken kan worden is niet de eeuwige Weg;

Wat namen betreft, de naam die genoemd kan worden is niet de eeuwige naam.

Het naamloze is het begin van de tienduizend dingen;

Het genoemde is de moeder van de tienduizend dingen.

Daarom zullen zij die eeuwig zonder begeerte zijn, op deze manier zijn fijnzinnigheid waarnemen.

Zij die eeuwig met begeerten zijn zullen op deze manier slechts dat zien waar ze naar verlangen en streven.

Deze twee verschijnen te zamen;

Zij hebben verschillende namen, toch worden zij hetzelfde genoemd;

Dat wat nog dieper is dan het diepe –

De poort van alle fijnzinnigheid.

[Robert. G Henricks,  Lao-Tzu, Te-Tao Ching. Uitgeverij Kosmos].

Een weg begrijp ik gewoonlijk als datgene waarover ik van A naar B kan gaan. A is waar we vertrekken, B waar we naar toe willen en de weg verbindt beide. Toch vraag ik me af of het begrip ‘weg’ hierboven die betekenis heeft. In bovenstaande tekst wordt gezegd dat een weg waarover gesproken kan worden niet de eeuwige weg is. Duyvendak vertaalt de eerste zin als volgt:

De Weg die als ware Weg kan gelden is geenszins een bestendige weg. De termen die als ware termen kunnen gelden zijn geenszins bestendige termen.

Is de betekenis nu dat taal tekortschiet om de ‘eeuwige Weg’ te benoemen? Of wordt er toch iets over het karakter van de ‘eeuwige Weg’ gezegd, nl dat het geen ‘bestendige Weg’ is? De Weg gaat niet altijd van A naar B, maar ook van A naar C of van B naar D.

My current menu is: Secties